085-1303558 (ma-vr bereikbaar: 9:00 - 22:00)
×
Registreren of inloggen

Om een afspraak te kunnen maken of een bericht te versturen, moet je je eerst registreren. Registreren kost slechts 2 minuten!

REGISTREREN
INLOGGEN
×
Inloggen
×
Verificatiemail ontvangen

Je bent een stap dichter bij betere schoolcijfers! We hebben een mail gestuurd zodat je je account kunt activeren. Heb je geen mail in je inbox en ook niet in spam? Rechtsonder staan we graag direct voor je klaar!

×
Registreren

Registreer en boek direct de bijlesdocent die bij jou past!

Wil je bijles geven? Start aanmeldprocedure docent
×
Gefeliciteerd,

Leuk, je eerste bijlesverzoek! reageert doorgaans binnen 24 uur op je verzoek en zodra de docent bevestigd heeft, krijg je hierover bericht via de mail. Mocht je een vraag hebben, dan kan je altijd persoonlijk contact met ons teams opnemen!

De persoonsvorm

De persoonsvorm is een kernbegrip van de zinsontleding. Door te bepalen waar in de zin de persoonsvorm zich bevindt, kun je belangrijke informatie over de zin achterhalen, die erg zinvol kan zijn bij het toepassen van spellingregels.

Wat is de persoonsvorm?

De persoonsvorm van de zin is altijd een werkwoord (een werkwoord is een activiteit die je kunt ondernemen: lopen, fietsen of maken bijvoorbeeld). Ook is er altijd maar een persoonsvorm in een zin.

Hoe vind je de persoonsvorm?

Om de persoonsvorm te vinden kun je twee technieken toepassen. De eerste is als volgt: maak de zin vragend. De persoonsvorm is dan het eerste woord van deze vragende zin.

Bij de tweede techniek zet je de hele zin in een andere tijd. Het woord dat in de veranderde zin anders is dan in de oorspronkelijke zin is de persoonsvorm.

Voorbeeldzinnen

Voorbeeldzin 1: Ik eet graag taart met slagroom.

Maak van de zin een vraag om de persoonsvorm te vinden (techniek een):
Eet ik graag taart met slagroom?
Het eerste woord is nu eet, dat moet dan de persoonsvorm zijn.
We kunnen de persoonsvorm in voorbeeldzin 1 ook vinden met behulp van de tweede techniek.
Zet de hele zin in een andere tijd:
Ik at graag taart met slagroom.
Het woord dat verandert is ten opzichte van de eerste zin is eet. Dit betekent dat eet de persoonsvorm is.

Voorbeeldzin 2: Mijn kwasten heb ik al een hele tijd niet gewassen.

Techniek een: Heb ik mijn kwasten al een hele tijd niet gewassen?
Eerste woord: heb. Dus persoonsvorm: heb.

Voorbeeld zin 3: Mijn broer moest vandaag naar school lopen.

Techniek twee: Mijn broer moet vandaag naar school lopen.
Welk woord is veranderd: moest. Dus persoonsvorm: moest.

Voorbeeldzin 4: Het waait vandaag zo hard dat ik tegen de wind in kan leunen.

Techniek een: Waait het vandaag zo hard dat ik tegen de wind in kan leunen?
Eerste woord: waait. Dus persoonsvorm: waait

Samenvatting & Tips voor het vinden van de persoonsvorm

De persoonsvorm is dus op twee manieren te vinden: door de zin vragend te maken, en door de zin in een andere tijd te zetten.

Controleer verder altijd of je antwoord juist is door β€˜om te’ voor de gevonden persoonsvorm te zetten. Als dit niet mogelijk is, dan is de gevonden persoonsvorm geen werkwoord en is je antwoord dus onjuist (de persoonsvorm is altijd een werkwoord). Bijvoorbeeld: ik denk dat kookt de persoonsvorm is. Om dit te controleren zet ik β€˜om te’ voor de onvervoegde vorm van kookt. Dit geeft: om te koken. Dit kan, kookt is dus inderdaad de persoonsvorm.

Onthoud ook dat er altijd maar een persoonsvorm in een zin staat. Als je door een van de twee technieken op twee persoonsvormen uitkomt, probeer dan de andere techniek.

Dit artikel...

...Is geschreven door Tinka Bruneau.
Wil je bijles van deze docent?

Meer weten?

Deze bronartikels zijn geschreven door docenten van Bijles Aan Huis. Om aan kwaliteitseisen te voldoen, zijn de schrijvers met minimaal een 8 geeindigt voor het desbetreffende vak, of volgen deze een vervolgopleiding die gerelateerd is aan het onderwerp.

Heb je meer vragen over dit onderwerp? Kies een vakkunddige bijlesdocent die jou verder kan helpen!

Meer artikelen en informatie

over Nederlands